Economie Estland


Sinds de onafhankelijkheid van Estland in 1991 was de economie van Estland erg onstabiel en lastig. De ondernemingen van het land presteerde slecht en de structuren die de Sovjet in de industrie hadden aangebracht waren erg onevenwichtig. De Sovjet had dus op economisch gebied een zeer onaangename erfenis achter gelaten. Bovendien was er in Estland een tekort aan zowel brand- als grondstoffen voor de industrie. De jaren na de onafhankelijk had Estland het dus erg moeilijk. Gelukkig is de transformatie naar een goed lopende economie uit eindelijk nog vrij snel gegaan. De economie van Estland is van een geleide economie veranderd in een vrije markt economie. Er werd een centrale bank ingesteld ook commerciƫle banken werden voor het eerst toegestaan. Een aantal jaren voorbij de onafhankelijkheid ontstond de helft van het bnp Estland van Estland uit de private sector. In 1994 groeide de economie van Estland voor het eerst.

Landbouw in Estland

In Estland zijn meer dan 70.000 van de inwoners werkzaam op het platteland. De geschiedenis van de economie van Estland wordt dan ook wel gezien als een boeren plattelandseconomie. In de jaren 30 was het percentage dat in de agrarische sector werkte op zijn hoogst. Tijdens de bezetting van de Sovjet waren alle boerderijen genationaliseerd en gecollectiviseerd. In 1949 was er op dat gebied al een hoop veranderd. Van de 140.000 boerderijen bleven er slechts 1400 staatsboerderijen over. In de jaren 90 liep de landbouweconomie weer flink achteruit, een kwart van de agrarische sector werd werkeloos.

Toerisme in Estland

Estland kent een goede infrastructuur die het toerisme steeds beter mogelijk maakt. Al sinds de jaren 80 is de economie rondom het toerisme enorm aan het zoek. Bovendien was het voor Estland in de Sovjet periode verboden om toeristen te ontvangen. Doordat Estland steeds beter te bereiken was werd het land steeds populairder voor toeristen. De meeste toeristen in Estland komen uit Finland en Zweden.